“Achter ieder onbegrepen gedrag schuilt een verhaal”
Martien werkt al 25 jaar als verpleegkundige op de ART-kliniek. En nog steeds gaat hij iedere dag fluitend naar zijn werk. “Mijn werk draait om iets heel eenvoudigs en tegelijk iets heel groots: de mens blijven zien.”
Martien werkt al 25 jaar als verpleegkundige op de ART-kliniek. En nog steeds gaat hij iedere dag fluitend naar zijn werk. “Mijn werk draait om iets heel eenvoudigs en tegelijk iets heel groots: de mens blijven zien.”
Op de ART-kliniek verblijven mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen die vaak al langere tijd ondersteuning nodig hebben. Binnen ART wordt samen gewerkt aan herstel: stap voor stap, met aandacht voor wat wél kan.
Van slagerij naar zorg
Zijn route naar de ggz was niet vanzelfsprekend. Martien begon in de slagerij, waar hij jarenlang hard werkte. Na een ingrijpende periode in zijn leven besloot hij opnieuw te kijken naar wat echt bij hem paste. Die zoektocht bracht hem in de zorg.
Tijdens zijn opleiding maakte hij kennis met de psychiatrie. “Dat triggerde mij. Ik had het gevoel: hier kan ik iets betekenen.”
Van beheersen naar begrijpen
Toen hij begon, was het werk anders dan nu. “Wij dachten toen nog vaak dat wij het beter wisten. Er werd meer gestuurd en beheerst. Als iemand boos werd, grepen we in. Cliënten moesten zich aan de regels houden die wij hadden bedacht.”
In de jaren daarna zag Martien de zorg veranderen. Minder beheersen, meer begrijpen. Dat is voor hem precies waar ART om draait. “Nu zeggen we niet meer: ‘het moet zo’. We vragen: ‘wat heb jij nodig?’ En wat kan ik daarin voor jou betekenen?”
Dat is kenmerkend voor ART: niet overnemen, maar samen zoeken naar wat voor iemand werkt.
De kleine momenten
Een dag op de kliniek is nooit hetzelfde. “We beginnen met de overdracht en het verdelen van de taken. Daarna start het leven in de kliniek: cliënten op gang helpen, medicatie geven, gesprekken voeren en begeleiden.”
Maar het echte werk zit volgens Martien vaak in de kleine momenten. “We zijn altijd op de afdeling aanwezig, zichtbaar en aanspreekbaar. Als een cliënt naar je toekomt, heb je contact. Soms een kort praatje, soms zit iemand een tijd stil naast je. Dan voel je: daar zit onrust. Dan ben ik er gewoon.”
Iedere dag een nieuwe kans
Wat zijn werk mooi maakt, zit vaak in kleine stappen. In vertrouwen dat groeit en in het gevoel dat je iets mag betekenen. Martien geeft een voorbeeld. “Er was een cliënt die ervan overtuigd was dat ik hem of zijn moeder kwaad wilde doen. Daarom dreigde hij mij iets aan te doen.”
Voor Martien was dat geen reden om afstand te nemen. “Ik zag het als een hulpvraag. Dus bleef ik hem elke dag oprecht en rustig benaderen, uiteraard met oog voor mijn eigen veiligheid. Zonder hem af te schrijven. Iedere dag opnieuw.”
En toen gebeurde er iets bijzonders. “Op een dag kwam hij naar me toe en zei: ‘Martien, ik wil jou spreken.’ We zijn samen op zijn kamer gaan zitten en hebben een half uur gepraat. Over werk, over wat hij graag wilde. Het was een mooi gesprek dat hem echt verder bracht. Sindsdien heeft hij niet meer gedreigd mij iets aan te doen. Dan denk ik: zie je wel. Ik heb jou nooit opgegeven.”
De mens blijven zien
Voor Martien zit daar de kern van het vak. Niet in grote doorbraken, maar in dichtbij zijn. Blijven aansluiten. Blijven luisteren. Blijven proberen. Iedere dag opnieuw.
Dat is ook wat hij anderen wil meegeven. “Laat je niet te snel leiden door oordeel of angst. Mensen worden snel in een vakje gezet. Terwijl er vaak iets anders onder zit: onrust, pijn, verwarring. Met ART kijken we verder en sluiten we aan bij wat iemand op dat moment nodig heeft. Want achter ieder onbegrepen gedrag schuilt een verhaal.”