Referaat 1: From Behavior to Needs: Feasibility of the Cognitive Model for Behavioral Interventions in Dementia Care An exploratory mixed-methods study door Ellen van Mensvoort-Mathijssen werkzaam als GIOS bij GGz Breburg (Eindreferaat).
Gedrags- en psychologische symptomen bij dementie blijven een grote uitdaging in de dementiezorg, terwijl niet-medicamenteuze interventies in de praktijk lastig toepasbaar zijn. Tijdens dit referaat worden de eerste resultaten toegelicht van een haalbaarheidsstudie naar CoMBI, een model dat probleemgedrag duidt als uiting van onvervulde psychologische behoeften.
In een mixed-methods onderzoek bij 24 bewoners zagen we geen duidelijke symptoomreductie, maar wél stabilisatie van enkele kwaliteit van leven domeinen en sterke waardering van professionals voor de structuur, toepasbaarheid en multidisciplinaire meerwaarde van het model.
We bespreken wat CoMBI kan betekenen in de klinische praktijk én waar kansen liggen voor vervolgonderzoek.
Referaat 2: Mentale gezondheid van artsen in opleiding tot psychiater door Karima Baddi werkzaam als AIOS bij GGz Breburg (Eindreferaat).
Binnen de geestelijke gezondheidszorg vormt de mentale gezondheid van artsen in opleiding tot specialist (AIOS) een belangrijk aandachtspunt. Zowel nationaal als internationaal blijkt uit onderzoek dat AIOS kwetsbaar zijn voor stress gerelateerde klachten, waaronder burn-out, depressie en verminderde werktevredenheid. Deze kwetsbaarheid wordt versterkt door factoren zoals hoge werkdruk, lange studie- en dienstenroosters en de combinatie van patiëntenzorg en opleiding. Daarnaast functioneren AIOS in een leeromgeving waarin fouten en onzekerheden onvermijdelijk zijn, wat de perceptie van psychologische veiligheid beïnvloedt.
Dit referaat richt zich specifiek op de situatie binnen GGZ Breburg. Het doel is inzicht te bieden in de mentale gezondheid van AIOS en de invloed van leer-, werk- en studieklimaat hierop. Hierbij wordt gebruikgemaakt van wetenschappelijke literatuur over stress, burn-out en veerkracht bij medisch
specialisten in opleiding, evenals van de binnen de organisatie afgenomen FAN-scan, een gevalideerd instrument dat inzicht biedt in werkklimaat, ondersteuning en ervaren psychologische veiligheid. Er wordt speciale aandacht besteed aan subjectieve ervaringen van AIOS, zoals gevoelens van steun, autonomie en veiligheid, en hoe deze factoren samenhangen met het risico op mentale overbelasting. Het referaat ondersteunt het beroepsprofiel van AIOS en hun begeleiders door handvatten te bieden voor het herkennen van signalen van stress en burn-out, en door het bevorderen van een veilig en ondersteunend opleidingsklimaat. Preventieve interventies, zoals supervisie, intervisie en structurele feedbackmomenten, worden besproken om zowel individuele veerkracht te versterken als de kwaliteit van de opleidingsomgeving te verbeteren.
Referaat 3: Autonomie bevorderend beleid bij adolescenten met persisterende suïcidale gedachten, een retrospectieve cohortstudie door Sterre van den Oever werkzaam als AIOS bij GGz Breburg (Eindreferaat)
Suïcidaliteit is een belangrijke doodsoorzaak onder adolescenten in Nederland: ongeveer 20% van de overleden tieners overlijdt door zelfdoding. Daarnaast rapporteert circa 15% van de jongeren aanhoudende suïcidale gedachten. De bestaande multidisciplinaire richtlijnen bieden duidelijke handvatten voor acute suïcidaliteit, bijvoorbeeld bij psychotische stoornissen of depressie. Bij jongeren met persisterende suïcidale gedachten kan een nadruk op veiligheid en beschermende maatregelen echter juist averechts werken en mogelijk schadelijk zijn.
In dergelijke situaties adviseren sommige richtlijnen een autonomie bevorderend beleid (ABB). Bij deze benadering wordt, in overleg met de patiënt, bewust gekozen om minder of geen beschermende of beveiligende maatregelen in te zetten bij suïcidaliteit of zelfbeschadigend gedrag. Het doel hiervan is ruimte te creëren voor een doelgerichte, vaak ambulante psychotherapeutische behandeling waarin de patiënt wordt benaderd als een autonoom en competent persoon. Hoewel ABB bij volwassenen met persisterende suïcidaliteit in sommige studies effectief lijkt, bestaat er discussie over de uitvoering en veiligheid van deze aanpak. Bovendien is er nauwelijks empirisch onderzoek gedaan naar de toepassing van ABB bij jongeren.
Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de toepassing en uitkomsten van ABB bij adolescenten met persisterende suïcidaliteit binnen de specialistische geestelijke gezondheidszorg. De studie richt zich op twee hoofdvragen: (1) hoe vaak een voltooide suïcide plaatsvindt binnen 1, 6 en 12 maanden na de start van ABB, en (2) hoe de frequentie van suïcidepogingen verandert in het halfjaar na de start van ABB ten opzichte van het halfjaar ervoor.
Het betreft een retrospectieve observationele cohortstudie op basis van elektronische patiëntendossiers van GGz Breburg. De onderzoekspopulatie bestaat uit patiënten van 0 tot en met 24 jaar bij wie ABB onderdeel was van de behandeling in het kader van persisterende suïcidaliteit, in de periode 2005–2025. Dossiers worden geselecteerd op basis van specifieke zoektermen die verwijzen naar ABB of vergelijkbare beleidsvormen. Na pseudonimisering worden relevante gegevens uit de dossiers geëxtraheerd voor de periode van zes maanden vóór tot één jaar na de start van ABB. Verwacht wordt dat ongeveer 30 patiënten aan de criteria voldoen.
De verzamelde gegevens omvatten onder andere demografische kenmerken, psychiatrische diagnoses, kenmerken van het ABB-beleid, suïcidepogingen, opnames, gedwongen maatregelen, mortaliteit en Routine Outcome Monitoring (ROM)-metingen. De analyses zijn voornamelijk descriptief vanwege de verwachte kleine steekproefgrootte. Vergelijkingen vóór en na de start van ABB worden uitgevoerd met gepaarde statistische toetsen, en mortaliteit wordt beschreven met Kaplan-Meier survivalanalyse.
Referaat 4: Zinnige zorg bij Deeltijd Ontwikkeling Jeugd door Mieke Evers werkzaam als GIOS bij GGz Breburg (Eindreferaat)
In dit onderzoek bekeken we de resultaten van een deeltijdbehandeling voor jongeren met een autismespectrumstoornis en bijkomende angst- of stemmingsklachten. De behandeling combineerde cognitieve gedragstherapie (CGT) met sociale cognitietraining, aangevuld met Vaktherapie om generalisatie naar het dagelijks leven te bevorderen. De groep deelnemers groeide op zowel “empowerment” als “vitaliteit en activiteit”, belangrijke gebieden die herstel in het dagelijks leven meten. Tegelijkertijd zagen we ook duidelijke individuele verschillen; voor de ene client werkte de aanpak beter dan voor de andere. Deze bevindingen lijken te suggereren dat het deeltijdprogramma bijdraagt aan herstel in het dagelijks leven van jongeren met ASS, waarin maatwerk en samenwerking met het gezin bovendien belangrijk lijkt om herstel in het dagelijks leven duurzaam te verbeteren.
Het programma
17.55 uur Opening door voorzitter
18.00 -20.00 uur Referaten
20.05 uur Afsluiting door voorzitter
Accreditatie
Voor de referaten is accreditatie aangevraagd bij de NVvP, NvP, FGzPt, het Register Verpleegkundig Specialisten, V&VN (SPV), Registerplein en SRVB voor vaktherapeuten
Organisatie Commissie
Dhr. R van Dijk, A-opleider/psychiater
Mw. A. van den Broek, P-opleider/klinisch psycholoog
Mw. C. Oonincx, Opleider GGZ VS /verpleegkundig specialist
Mw. K. van Loon, beleidsmedewerker
Mw. W. Verhagen, coördinator Training en Ontwikkeling
Doelgroepen
Psychiaters (i.o.), psychologen (i.o.), verpleegkundig specialisten (i.o.), SPV en vak therapeuten
Uiteraard zijn ook andere geïnteresseerden welkom.
Locatie
Online
Kosten en inschrijving
Deelname is voor iedereen gratis.
Aanmelden en registratie accreditatiepunten:
Medewerkers van GGz Breburg:
Graag aanmelden in Leerplein Leerplein GGz Breburg.
Klik op inschrijven en meld je aan!
Externe deelnemers:
Aanmelden kan via https://ggzbreburg.capp12.nl/open-courses
Voor informatie: Wendy Verhagen, bereikbaar op maandag en dinsdag Breburgacademieggz@ggzbreburg.nl